Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

The demise of Kael Brown

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 The demise of Kael Brown op vr mei 30, 2014 11:20 am

Piddle


Kael en Brenin, twee broers die op hun haarlengte na als twee druppels water op elkaar leken, ook al was Brenin wel vijf jaar ouder, slenterden zij aan zij door een smal straatje. Kael, die lang, donker haar had en vrijwel zwarte ogen, kon zich niet aan het gevoel onttrekken dat vanachter sommige van de vieze, oude gordijntjes die voor de kleine raampjes hingen gade werden geslagen. Het stadje waar ze voor het eerst in twee jaar weer hadden afgesproken had op veel plekken betere tijden gekend.
"Hoe gaat het eigenlijk met pa's bedrijf?" vroeg hij, terwijl hij zijn best deed de bitterheid uit zijn stem te bannen.
Brenin lachte vreugdeloos. Zijn haar was kort, in tegenstelling tot dat van zijn broertje.
"Heb je dan niets meegekregen Kael? Je zus heeft het ten gronde gericht."
Kael bleef plotseling stilstaan. Wat? Hij keek zijn broer verbaasd aan.
"Demelza-" begon hij, terwijl hij weer begon te lopen maar Brenin onderbrak hem.
"Weet je nog toen jij het niet over wilde nemen? Pa's bedrijf?"
Kael knikte. Demelza, zijn iets oudere zus, had het in zijn plaats over willen nemen. Ze was altijd al een geboren zakenvrouw geweest, in tegenstelling to Kael, die de voorkeur gaf aan de elektrische gitaar, als het even kon. Maar Mortimer, hun vader, had geen vrouw aan het hoofd van zijn bedrijf gewild, tot intense woede van Demelza.
"Ze is net als Carl en ik een eigen bedrijf gestart, maar met een hele andere reden. Ze heeft pa kapot geconcurreerd en toen hij eenmaal stopte en het over had willen dragen aan een neef van ma's kant was er niets meer van het bedrijf over."
Kael floot tussen zijn tanden.
"Jezus.. Ik wist dat ze kwaad was, maar dit.."
"Jij werd het zwarte schaap door je gedrag en je geaardheid, maar zij is altijd al een beetje het onzichtbare kind geweest," zei Brenin zacht. "Pas toen ik er later op terugkeek viel me dat op. Zelfs toen jij voor knallende ruzie zorgde zorgde dat nog niet voor meer aandacht voor haar. Demelza wilde zich bewijzen denk ik. Laten zien dat ze net zo goed was als de mannen."
Kael knikte langzaam. Hij moest bekennen dat hij het nooit echt had gemerkt, maar dat kwam misschien ook omdat hij en zijn zus ook nooit veel met elkaar om waren gegaan. Er was vooral confrontatie geweest tussen hem en Demelza, altijd al.

"Hoe ging pa ermee om?"
"Ik denk dat hij inmiddels nog meer teleurgesteld is in Demelza dan in jou," zei Brenin grimmig. Kael lachte bitter.
"Who would have thought."
Ze kwamen uit op een klein pleintje en namen plaats op een gietijzeren bankje, onder een oude lantaarnpaal die een zwak licht verspreidde in de vallende avond.
"Hoe gaat het nu eigenlijk met jou, Kael?"
Kael haalde zijn schouders op. "Z'n gangetje."
Brenen keek hem van opzij aan en Kael wist dat zijn broer zich niet zo makkelijk liet afschepen, zeker niet met dat lachje om zijn lippen.
Onwillekeurig grijnsde Kael.
"Okay, jij je zin. Ik ben gestopt met chemie, het was echt geen hol aan. Ik ga binnenkort auditie doen bij een band die een nieuwe gitarist nodig heeft en- wat lach je?"
Brenin grijnsde breed en legde een hand op de schouder van zijn kleine broertje.
"Kael, jongen, je had jezelf zoveel extra tijd kunnen besparen. Hebben we niet allebei altijd al geweten dat je hier terecht zou komen?"
Kael staarde voor zich uit. Misschien was dat wel zo ja.

Na een tijdje zo te hebben gezeten, bijpratend over van alles en nog wat, waren ze verder gegaan en nu zaten ze op initiatief van Brenin in een klein, gezellig restaurantje.
Een knappe serveerster met fijne, subtiele gelaatstrekken nam hun bestelling op en Kael lachte even naar haar.
"Charmeur," grinnikte Brenin. Kael grijnsde schuldbewust en haalde zijn schouders op.
"Ik waardeer menselijk schoon als ik het zie. Over menselijk schoon gesproken, hoe gaat het tussen jou en Kristene?" vroeg hij toen en Brenin lachte.
"Goed. We overwegen voor een kind te gaan," zei hij en hij moest duidelijk moeite doen niet te stralen. Kael grijnsde breed, blij voor zijn broer.
"Jezus, dus ik wordt oom?" zei hij opgetogen.
Brenin lachte.
"Zeker! Nou ja, als het lukt natuurlijk. Het gaat wel lastig worden, omdat Kristene dan natuurlijk een tijd niet kan werken.."
"Ach man, je ziet ook altijd beren op de weg," lachte Kael hoofdschuddend. "Het komt echt wel goed met jullie."
Niet veel later werd hun eten gebracht en ging het gesprek over op andere dingen.
"Weet je," begon Brenin op een gegeven moment en Kael hoorde aan zijn stem wat er ging komen. Hij zuchtte diep en prikte een champignon aan zijn vork die hij bestudeerde alsof het het meest fascinerende was wat hij in tijden had gezien.
"Hmm?"
"Ma en pa wonen hier niet eens zo ver vandaan, Kael."
"Ja, en?" zei Kael met een lichte opstandigheid in zijn stem. Brenin's uitdrukking bleef echt zacht.
"Ik zou het gewoon zo fijn vinden, als we gewoon allemaal weer een beetje een gezin konden zijn," merkte hij op. Kael keek hem recht aan. Deze uiting van gevoeligheid had hij niet van zijn broer verwacht.
"En Demelza dan?" vroeg hij met een lichte frons. Brenin schokschouderde.
"Ik mag niet om wonderen vragen."
Een tijd lang bleef het stil. Ze aten en Kael dacht na over Brenin's voorstel.
"Als ik het doe," begon hij uiteindelijk. "Dan ga je mee, neem ik aan?"
Brenin schudde zijn hoofd.
"Ik heb Kristene beloofd op tijd terug te zijn. Sorry man. Maar… doe je het?"
Kael zuchtte en maakte de fout zijn broer aan te kijken. Tegen zo'n hoopvolle blik was hij niet opgewassen, niet nu hij zo blij was geweest weer een dag met zijn broer op te kunnen trekken. Hij zuchtte diep.
"Goed dan. Ik rij vanavond naar ze toe, voor ik me bedenk."

En zo kwam het dat ze iets later op de avond in voor het restaurant afscheid namen; Brenin moest naar het station, Kael naar de parkeerplaats, die geheel de andere kant op was.
"Het was super tof, man," zei Brenin, en hij klopte Kael op diens schouder. Kael grijnsde, maar niet van harte. Hij wilde eigenlijk nog helemaal geen afscheid nemen van Brenin.
Desondanks gingen ze na een korte omhelzing ieder hun eigen weg.

Kael liep met vlugge passen over het verlaten parkeerterrein in de richting van de auto die hij had geleend van een vriend. Hij voelde in zijn jaszak, op zoek naar de sleutels van de auto.
Hij keek even om zich heen en deed de auto toen van slot. Hij stapte in en sloeg het portier dicht.
Even bleef hij zitten, in het donker, terwijl zijn bijna zwarte ogen over het parkeerterrein gingen. Hij ademde langzaam uit.
Hij was op weg naar zijn ouderlijk huis. Hij zou zowaar weer eens met zijn ouder praten, in persoon, na al die jaren, maar hij had er geen zin in.
Hij had zich jaren gered zonder hen. Hij had zijn seksualiteit ontdekt zonder hun steun, zijn toekomst uitgekerfd zonder hun goedkeuring. Het was eigenlijk vooral omdat hij het Brenin had beloofd.
Hij startte de auto, liet het raampje zakken en stak een sigaret op. Met deze tussen zijn vingers reed hij van het parkeerterrein af. Hij draaide de weg op en niet veel later reed hij over de slecht verlichte hoofdweg, weg van het stadje. Op weg naar de plek die hij op zijn zeventiende de rug toe had gekeerd.
Hij gooide de half opgerookte sigaret uit het raam en focuste op de weg. Hij durfde niet te hard te rijden, voor het geval er wild over zou steken.
Na een half uur over de donkere wegen te hebben gereden viel hem iets op. In de achteruitkijkspiegel zag hij al geruime tijd dezelfde zwarte wagen met geblindeerde ramen vlak achter hem rijden, ook als hij gas gaf.
Kael fronste. Hij vertraagde iets toen er voor hem een kruispunt in zich kwam en de zwarte auto deed hetzelfde.
Op dat moment ging Kael's telefoon en hij nam op.
"Kael?" Hij kon niet helemaal voorkomen dat zijn stem gespannen klonk.
"Eh, hey," klonk een bekende stem en direct voelde Kael zich iets rustiger.
"Rowan, hey!" zei hij, met een terloopse blik in de achteruitkijkspiegel.
Het kruispunt kwam dichterbij.
"Hey, eh, kan ik even met je praten, of…?" vroeg Rowan op een beetje een onzekere toon.
"Tuurlijk," zei Kael, wiens zelfverzekerde toon een scherp contrast vormde.
En op dat moment ging het mis.
Van rechts kwam een bestelbusje, dat scherp zwenkte en recht op Kael af kwam.
"Verdomme!" Kael gaf een ruk aan het stuur.
"Kael?!"
De auto schoot opzij, maar kon het bestelbusje niet ontwijken. Met een klap werd Kael geschampt. De telefoon vloog uit zijn hand en verdween ergens onder het dashboard.
"Kael!" klonk het zwakjes, maar Kael had al zijn aandacht voor iets anders nodig. De auto was tot stilstand gekomen en duizelig richtte Kael zich op. Hij proefde bloed en merkte dat hij in de berm terecht was gekomen. Hij keek naar buiten. Het busje leek ongedeerd en twee mannen waren uitgestapt. Een derde, waarschijnlijk uit de zwarte auto, voegde zich bij hen en ze liepen naar Kael toe. Alledrie droegen ze bivakmutsen. Kael vloekte hartgrondig. Opnieuw probeerde Rowan hem te bereiken, maar Kael's aandacht was volledig op de vreemdelingen gericht.
Haastig probeerde deze zijn gordel los te maken. Eindelijk schoot deze los. Het drietal was al bij hem en gooide de deur van zijn auto open.
"Eruit, mooie jongen," zei een van hen, bedriegelijk kalm. De andere twee trokken Kael de wagen uit en draaiden zijn armen op zijn rug. Kael vloekte. Hij wankelde en een scherpe pijn sneed door zijn schouders.
"Ik hoor iets. Doorzoek de auto."
Een van hen gaf daar gehoord aan en Kael probeerde opzij te kijken, maar zijn hoofd werd aan zijn haar teruggedraaid.
Eindelijk had hij zijn stem hervonden.
"Laat me los! Wat moet je van me?" gromde hij, wat hem op een klap in zijn maag kwam te staan. kreunend van de pijn boog hij voorover.
"Stil."
"We hebben z'n telefoon!"
"Dus, hij belde. Zet maar op de speaker."
"Wat is hier aan de hand?!" klonk de stem van Rowan, ronduit achterdochtig nu.
"Rowan, bel de-" begon Kael, maar een van de mannen klemde een hand over zijn mond. Furieus probeerde Kael zich te bevrijden, maar het was zinloos.
"Met wie hebben we het genoegen?"
"R-Rowan-"
"Ah. Aangenaam Rowan. Hou het nieuws in de gaten Rowan."
En met die woorden werd het mobieltje in de sloot gegooid, zo achteloos dat het net zo goed om een leeg flesje had kunnen gaan.
Voor Kael kon protesteren werd er een lap voor zijn gezicht gehouden. Een sterke, penetrante geur drong zijn neus binnen en zijn ogen vielen dicht.

Toen hij bijkwam duurde het eerst even voor hij zich alles wat er was gebeurd voor het licht uitging herinnerde. Toen dat echter was gebeurd was hij in een keer klaarwakker, ook al bonkte zijn hoofd als een gek.
Hij kon niet bewegen en kwam al snel tot de conclusie dat hij vastgebonden zat op een houten stoel. Hij keek rond terwijl hij de paniek op voelde wellen. Zijn ademhaling ging gejaagd. Waar in de lieve vrede was hij?
Hij bevond zich in een donker, kaal kamertje met houten beplating aan de muren waarop hier en daar krantenartikelen waren gehangen. Naast zijn stoel was het enige andere opvallende in de kamer een camera op een standaard die voor hem stond. Kael's keel was kurkdroog. Opgedroogd bloed maakte de zijkant van zijn gezicht trekkerig.
De beangstigende waarheid drong langzaam tot hem door. Hij was ontvoerd. In een wilde, paniekerige poging vrij te komen trok hij aan de touwen die zijn polsen achter de stoel bij elkaar hielden, maar het enige wat dat opleverde was meer pijn aan zijn schouders.
In de kamer hing een muffe, bedompte geur, alsof er in geen tijden echt verse lucht was geweest en het was er ook verre van warm.
Voetstappen. Doodstil bleef Kael zitten terwijl zijn ogen heen en weer flitsten door de kamer.
Een deur die hem eerder niet eens op was gevallen ging open en een van de mannen - of een ander, dat kon eigenlijk net zo goed - kwam binnen. Zijn mond en neus waren bedekt met een zwarte bandana en zijn haar was gemilimeterd. Hij liep zwijgend naar de camera en zette deze aan. Een rood lampje ging branden.
"Hey!"
Kael werd genegeerd.
"Dit is een schending van het portretrecht, dat weet je hè?" flapte hij eruit, in een poging de bittere angst te verhullen. De man keek hem dreigend aan, met diepliggende, meedogenloze ogen.
Echter, dit maakte Kael gek genoeg alleen maar kwaad.
"Waarom ben ik hier?!" snauwde hij. "Verdomme, wat moeten jullie van me?"
Een tweede man kwam binnen en hoewel hij ook een bandana droeg verried zijn verzorgde haar dat hij van een hoger kaliber was dan de ander.
"Je hebt een erg rijke vader, Kael."
Kael keek de nette man, die verder nog een pak droeg ook, verbijsterd aan.
"Wat-" bracht hij schor uit.
Toen drong het langzaam tot hem door wat de bedoeling was en zijn hersenen werkten op topsnelheid. Hij geloofde geen moment dat hun plannetje ging werken, maar als zij dat ook dachten kwam hij hier niet levend uit, daar was hij van overtuigd. Angst greep hem bij de keel.
"Hoe weten jullie dat hij betaalt?" vroeg hij, bitterder dan hij van plan was geweest. De wenkbrauwen van de man gingen omhoog.
"Het feit dat we zijn zoon hebben lijkt me toch wel voldoende?"
Kael had er bijna uitgeflapt dat ze beter een zoon hadden kunnen nemen aan wie Mortimer Brown wel gehecht was, maar hij wist zich in te houden.
"En nu?" vroeg hij door opeengeklemde kaken.
"Nu maken we een kleine video die het een en ander voor ze opheldert."
Hij liep om Kael heen die hem strak in de gaten hield.
"Loopt de camera, Thyssen?"
De bijna kale man knikte.
"Super."
De man achter Kael schraapte zijn keel. Ineens trok hij Kael's hoofd met een ruk aan zijn haar naar achteren. Kael voelde iets kouds op zijn keel en snakte naar adem.
"Beste mijnheer Brown. Zoals u ziet zijn wij momenteel in het bezit van iets wat van u is. Jongeheer Kael ziet er wat gebutst uit maar is momenteel nog in goede doen."
De druk op het mes werd iets vergroot en Kael slikte.
"Dat hoeft niet zo te blijven. We willen geld zien. Een miljoen. Voor het eind van de week, anders sterft Kael. Langzaam en pijnlijk."
Hij liet Kael los en haalde het mes weg. Kael ademde zwaar maar durfde niet om te kijken.
"En een laatste mededeling. Hoe langer het duurt, hoe minder mooi jullie je knappe zoon terugkrijgen."
Hij noemde daarna op verbluffend zakelijke toon de rekening waarop het geld gestort diende te worden, en daarna ging de camera uit.
De man liep weer om Kael heen en knielde voor hem neer. Kael's ogen schoten vuur, maar hij zei niets.
"Nou, dat viel toch reuze mee?"
Kael vloekte.
"Wat een taal. Ik was nog van plan je eten te brengen. Ik vrees dat we dat dan maar uitstellen, tot je wat inbindt."
Hij stond op en liep naar de deur, waar hij nog een keer omkeek.
"Ik meende ieder woord dat ik zei, Kael. Jouw lot ligt in hun handen."
Kael keek hem aan en wist dat hij het meende. En hij voelde een nog sterkere angst opkomen. Zou zijn vader hier ooit voor dokken? Voor hem? Hij voelde zich misselijk.
Hij was alle besef van tijd kwijt toen hij uiteindelijk bang, boos, hongerig en uitgeput in slaap viel waar hij zat.


Hij schrok wakker van koud water in zijn gezicht. Zijn ogen schoten wijdopen en hij keek geschrokken om zich heen. Iemand liep bij hem weg en in de deuropening stond de man van gisteren, weer met zijn gelaat half bedekt.
Voor Kael stond nu een tv in plaats van een camera en Kael fronste. Wat had dit te betekenen?! Hij was alle besef van tijd kwijt en had geen idee wat hem te wachten stond. De tv ging aan.
"Het nieuws, Kael."
Meer hoefde hij niet te zeggen. Het kanaal waarop het beeld aan ging was een herhaal journaal. Het eerste item wat behandeld werd; het filmpje van zoon van Mortimer Brown, die ontvoerd was en waarvoor nu een enorme som losgeld werd geeist. Kael's mond viel open maar de schok van het zien van zijn eigen gehavende gezicht was niets, maar dan ook niets met de beelden die daarop volgden. Zijn ouderlijk huis. En toen zijn ouders. Zijn vader hield zich duidelijk groot terwijl hij de cameraman te woord stond, maar zijn moeder was ingestort. Geluidloze tranen bleven onophoudelijk over haar wangen stromen.
Al die jaren had Kael gedacht dat ze hem haatten. Dat hij hen haatte. Waarom deed het dan zoveel pijn hen zo te zien? Hij merkte het niet eens dat zijn gevangennemers de kamer alweer uit waren. Hij kon zijn blik niet losscheuren van het scherm.
"We - we krijgen dat geld wel bij elkaar," hoorde hij Mortimer zeggen met een trilling in zijn stem die iets in Kael brak. Hij voelde zijn eigen ogen vochtig worden.
"Pap… mam.." fluisterde hij schor. Woorden die hij lang niet had gebruikt om Mortimer en Alana Brown te omschrijven.
Hij kon zich amper focussen op de rest van het nieuws. De beelden van zijn ouders, zo gebroken, waren op zijn netvlies gebrand.
Het onderwerp maakte plaats voor een verslag uit Bangladesh, maar het drong niet meer tot Kael door. Ondanks alles wat er was voorgevallen had hij zich geen moment zo in en in ellendig gevoeld als nu. Zelfs gedachte dat ze wel degelijk gingen proberen hem hieruit te krijgen kon niet wegnemen dat hij zich afschuwelijk voelde.

______________

De Browns zaten zwijgend in de huiskamer. Alana huilde niet meer. Haar tranen hadden plaatsgemaakt voor een diep, doods verdriet. Haar man was strijdbaarder geworden dan ooit, bereid op elke mogelijke manier voor zijn zoon te vechten.
Brenin's ogen waren roodomrand, maar ook hij leek bereid alles te doen wat maar kon helpen. De middelste broer, Carl, zat er stilletjes bij en leek het amper te kunnen geloven.
Maar naast Kael ontbrak er nog iemand. Demelza had die ochtend een voicemail gestuurd dat ze zo spoedig mogelijk zou komen, maar erg veel wijzer waren ze daar niet uit geworden.
"De politie komt over een uur," zei Alana uiteindelijk mat. Zij was het van wie zowel Kael als Brenin hun haast aristocratische schoonheid hadden, maar nu was daar weinig van over. Haar gezicht was vlekkerig, haar donkere ogen waren voorzien van diepe wallen en haar zwarte haar hing slierterig om haar gezicht, terwijl het normaal zo stijlvol opgestoken was.
"Hebben ze enig idee wie -" begon Brenin, niet in staat zijn zin af te maken. Zijn kaakspieren verstrakten. Hij kon het amper bevatten, ook al bleef hij het beeld van het bebloede gezicht van zijn broertje voor zijn geestesoog zien. Het was alsof hij zich in een of andere afschuwelijke nachtmerrie bevond.
Mortimer schudde zijn hoofd.
"Nee, maar ze werken eraan."
Brenin knikte langzaam. Zijn blik ging de kamer door en bleef hangen op een lijstje op een van de kasten. De drie broers en Demelza, als kinderen. Ook toen had Kael verreweg het langste haar van het stel en die typische blik waar zelfvertrouwen uitstraalde. Brenin kreeg opnieuw een brok in zijn keel en hij staarde naar het Perzische tapijt op de vloer. Kael moest terugkomen. Het moest gewoon. Hij dacht terug aan de dingen die gezegd waren in dat afschuwelijke filmpje. Wat als ze niet op tijd konden betalen? Nu het bedrijf niet meer was konden ze nog niet eens de helft ophoesten. Brenin's maag draaide zich om bij de gedachte aan de gevolgen die dit zou hebben voor Kael.

Het bezoek van de politie was kort. er waren vrijwel geen nieuwe inzichten van hun kant, en aangezien niemand van het gezin ook maar enig idee had wie de daders konden zijn hield het al snel op.
Moedeloos bleven ze achter. Ze gingen weer naar binnen. Brenin zette thee, vooral om iets te doen te hebben. Het was doodstil in de ouder villa. Niemand zei iets, ook niet toen Brenin de thee ronddeelde. Ze zaten daar maar met zijn allen in de woonkamer.
Hoe lang ze zo gezeten hadden wist Brenin niet, maar hij keek met een ruk op toen er voor de tweede maal die dag een auto de oprit opreed. Een bekend figuur stapte uit, gekleed alsof ze rechtstreeks van haar werk kwam. Onmiddellijk sprong Alana op en haastte ze zich naar de deur. Haar dochter keek met een ruk op toen haar moeder in de deuropening verscheen en ineens begon ze te rennen. Brenin zag dat haar make-up zwaar was uitgelopen en dat ook zij had gehuild.

under construction

2 Re: The demise of Kael Brown op vr mei 30, 2014 11:30 am

Izzy


Sweet jesus
Inge je geeft me ontzettend veel inspiratie
Also KaelxRowan feels

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum